Waarom worden je handen als eerste koud? En waarom heeft de één het koud terwijl een ander zich prima voelt? De wetenschap achter warmte brengt onafhankelijk onderzoek, inzichten van experts en Stoov’s jaarlijkse warmteonderzoek samen. Zo ontdek je hoe warmte in het lichaam écht werkt en wat dat betekent voor ons welzijn, comfort en de manier waarop we ons huis verwarmen.

1. Waarom we anders naar verwarmen kijken

Generaties lang verwarmden we hele ruimtes om mensen comfortabel warm te houden.

Maar warmte is persoonlijk. Ieder lichaam ervaart temperatuur anders, onze behoefte aan comfort verandert gedurende de dag en dezelfde ruimte kan voor de één totaal anders aanvoelen dan voor de ander.

Daarom wilden we warmte beter begrijpen.

Samen met experts, bestaand wetenschappelijk onderzoek en 2.766 mensen in Nederland, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk onderzochten we hoe mensen warmte ervaren, wat comfortabel voelt en waarom persoonlijke controle zo belangrijk is.

Dit is wat we ontdekten.

2. Van centrale verwarming naar persoonlijke warmte

91% heeft het regelmatig koud in ruimtes waar anderen zich comfortabel voelen.

De één trekt een trui aan. De ander zet een raam open. Allebei logisch. Verschillende lichamen ervaren dezelfde temperatuur nu eenmaal anders.

Ons lichaam is continu de temperatuur aan het reguleren. Van fysiologie tot het moment van de dag: allerlei factoren kunnen invloed hebben op hoe warm of koud we het hebben.

Comfort draait om meer dan het getal op de thermostaat.

3. De wetenschap achter die verschuiving

69% zegt kou als eerste te voelen aan handen en voeten.

Ons lichaam werkt voortdurend om de kerntemperatuur rond de 37 °C te houden, terwijl de temperatuur van de huid, handen en voeten veel sterker kan schommelen.

Dat verklaart wat de meesten van ons eigenlijk al aanvoelen: soms hoeft niet de hele ruimte warmer.

Soms wil je gewoon warmte waar die het hardst nodig is.

PLOOV 45X45 ORIGINAL RED

4. Comfort is voor iedereen anders

94% vindt het belangrijk om zelf controle te hebben over persoonlijke warmte.

En 74% zegt dat zichzelf direct verwarmen voor hen beter werkt dan de hele ruimte verwarmen.

Dr. Hannah Pallubinsky, universitair docent thermofysiologie aan Maastricht University, wijst lokale verwarming en verkoeling aan als een veelbelovende manier om individueel comfort te regelen en mogelijk het energieverbruik te verminderen. Alleen al zelf controle hebben kan invloed hebben op hoe comfortabel iets voelt.

Jouw warmte. Jouw moment. Op jouw manier.

ORIGINAL HUGE ORANGE

5. De toekomst van warmte

Er is nog iets over persoonlijk comfort wat vaak over het hoofd wordt gezien: we ervaren warmte niet allemaal hetzelfde.

Onderzoek waarnaar in ons rapport wordt verwezen, laat zien dat vrouwen zich gemiddeld comfortabel voelen bij temperaturen die ongeveer 2,5 °C hoger liggen dan bij mannen. Ook kunnen de handen van vrouwen gemiddeld ongeveer 4 °C kouder zijn.

Uit ons eigen onderzoek blijkt daarnaast dat 64% van de vrouwen veranderingen merkt in hoe warm of koud ze zich voelen tijdens hun menstruatiecyclus.

Dus wanneer de één naar de thermostaat grijpt terwijl de ander vindt dat het warm genoeg is, hoeft dat niet alleen een kwestie van voorkeur te zijn.

Verschillende lichamen kunnen dezelfde ruimte anders ervaren.

Persoonlijke warmte is niets nieuws. Lang voordat centrale verwarming bestond, gebruikten Nederlandse huishoudens een stoof om de persoon te verwarmen in plaats van de hele ruimte.

De technologie is veranderd. Het principe niet.

Vandaag zijn meer dan 1,8 miljoen Stoov’ers onderdeel van die verandering.

Comfort is persoonlijk. Dus de toekomst van warmte zou dat ook moeten zijn.

Niet méér verwarmen. Slimmer verwarmen.

We warm people, not the planet.

Science of Warmth Report

Bronnen & methodologie

The Science of Warmth Report 2026 combineert inzichten uit Stoov’s Annual Warmth Survey onder 2.766 respondenten in Nederland, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk, interviews met Dr. Hannah Pallubinsky, universitair docent thermofysiologie aan Maastricht University, en bevindingen uit onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek.

De resultaten uit het onderzoek zijn gebaseerd op zelfgerapporteerde antwoorden en moeten ook in die context worden geïnterpreteerd.